De laatste tijd kom ik wat vaker bij de huisarts. Bij de Bergense Huisartsen Onder Eén Dak aan de Nassaulaan. Niet voor mijzelf maar voor mijn vader van bijna 91. Hoewel senior eigenlijk opmerkelijk weinig medicijnen gebruikt heb ik toch regelmatig contact met zijn eigen huisarts Rolf. Laat ik het prudent omschrijven; Van de Pas senior heeft wat meer geestelijke bijstand nodig dan 10 jaar geleden. Dus dokter Rolf en ik hebben af en toe overleg over mijn vader. Overigens weigert senior zich vrijblijvend aan te sluiten bij de onderhoudende dag-programma’s van De Marke of Oudtburgh. Meneer heeft geen zin ‘om tussen al die oudjes te gaan zitten’.

ALCOHOL
Meestal spreek ik vroeg af bij de HOED en dan neem ik eerst plaats op het houten bankje bij de balie. In de vroege morgen komen ook veel Bergenaren binnen die, zoals dat heet, ‘nuchter’ bloed moeten laten prikken. Ik vraag mij wel eens af wat sommige bloedprikkers die avond daarvoor allemaal tot zich hebben genomen. Je kunt lekker je tanden poetsen maar daar krijg je die zweem van alcohol niet echt goed mee gecamoufleerd.

Maar goed, ik zat vorige week weer op het houtje bankje. Lekker anoniem, camping-smoking aan, met sportschoenen en mijn favoriete baseball-petje van ACS op mijn hoofd. Ik moest deze keer wat langer wachten dan normaal en zo ontstond er voor mijn ogen een
kleine rij bij de balie en de zogenaamde privacy zone die daar is afgetekend. De rij werd min of meer veroorzaakt door een oudere, wat corpulente dame die iets te hard pratend haar expliciete ziektebeeld ging duiden tegenover de medisch-secretaresse aan de binnenzijde van de balie. In mijn beleving waren de details van haar ziektebeeld eerder voor de arts dan voor de ongemakkelijk kijkende assistente bedoeld.

CHARLIE SIXPACK
In het claustrofobische rijtje bij de balie stond inmiddels ook een goede vrind van mij. Hij was in power dress en duidelijk non-verbaal op weg naar ‘de zaak’. Voor de discretie noemen ik hem hier bij zijn nickname: Charlie Sixpack. Hij zag mij niet, ik hem wel. In zijn hand hield hij omzichtig een doosje of potje vast. Ik kon het niet goed zien, maar als journalistiek oud wijf wilde ik dat natuurlijk wèl weten. Zeker bij een bekende. Moest hij ‘met z’n water voor de dokter komen’? Ja dus, Charlie moest een nuchter plasje inleveren bij de juffrouw achter de balie. Hij zette het potje met lichtgele vloeistof zo ver mogelijk in de balie en fluisterde zo zacht mogelijk zijn eigen naam.

Nou, je kunt privacy zones maken zo groot als je wilt, maar als er hoorbaar wordt gezegd: “Dank u wel meneer Sixpack, ik denk dat de uitslag van het urineonderzoek binnen enkele dagen bekend is….” Hef die discretiezone dan maar op en deel je zwak, ziek en zeer met de complete goegemeente.

Charlie keek niet blij en bij het verlaten van het dokterspand zag hij wie er onder dat baseball-petje zat. Hij zei niets en ik genoot intens van het dorpse dokterstafereel bij onze voortreffelijke HOED.

ROB VAN DE PAS