Loading...
Columns2017-01-05T18:41:15+02:00

Fanmail voor een columnist

Ik krijg de laatste tijd veel ‘fanmail’. Nou ja, het is natuurlijk niet alleen mail van mijn fans die mij tweewekelijks een SMS, WhatsApp, duimpje, like of smiley toesturen. Er zijn ook mensen die mij in het Bergerbos of in het dorp aanspreken over de inhoud van deze rubriek. Dat is leuk en dat streelt mijn ego. Niet dat ik in de psychoanalyse zit, maar van complimenten kun je nooit genoeg krijgen.

Daarnaast is er ook een groep columnlezers die mijn bloed wel kunnen drinken of hardop in de kroeg schreeuwen dat ze graag stevig gas geven als Robbie van de Pas bij Nero’s Place het zebrapad op loopt. Dat klinkt bedreigend, maar feitelijk zijn dat soort lieden redelijk ongevaarlijk, omdat ze met 15 bier in hun dikke mik toch niet meer in staat zijn om auto te rijden.

LEO DERKSEN

Voormalig Bergenaar en Telegraaf-columnist Leo Derksen kreeg veel fanmail en daarnaast ook regelmatig haatmail. En dat was in die tijd geen snel geschreven e-mailtje, TWEET van een psychopathische twitteraar of Facebook frustraat die met één knop de hele wereld wil bedreigen. Nee, dat waren toen serieuze brievenschrijvers. Boos op Leo z’n stukkie én dan de moeite nemen om, met stoom uit je oren, achter je schrijfmachine te gaan zitten, een brief van twee kantjes tikken, een envelop zoeken, postzegel kopen en kokend van woede op de fiets naar de dichtstbijzijnde brievenbus rijden. Kijk, dan ben je echt een diehard haatmail-schrijver.

Eerlijk is eerlijk! Ik krijg ook haatmail of boze lezertjes op mijn tijdlijn, zoals dat tegenwoordig heet. Dat is prima en ook dát vind ik een vorm van waardering voor mijn rol als columnist die van uitdagen en stevig prikkelen houdt. Althans, ik schrijf deze column volledig op persoonlijke titel en dankzij de hoofdredactie van het Bergens Nieuwsblad wordt Artikel 7, De PERSVRIJHEID in onze GRONDWET volledig gerespecteerd.
Wat zegt dat artikel nu eigenlijk? Lees Lid 1: “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”.
Hoewel er dus nooit vooraf toestemming nodig is voor enige publicatie, moet ik als auteur er wel rekening mee houden dat ik achteraf kan worden aangeklaagd wanneer mijn publicatie bijvoorbeeld smadelijk, lasterlijk of discriminerend is, of aanzet tot haat. Mijn persvrijheid neemt dus niet mijn verantwoordelijkheid voor hetgeen gepubliceerd wordt weg. Nou, die uitdaging ga ik graag aan.

BEKNOTTING

De zogenaamde ‘beknotting van de persvrijheid’ is op dit moment wel een van de grootste bedreigingen van onze democratische systeem. Een veel gebruikte methode om de persvrijheid te beknotten is het dreigen met of aanspannen van rechtszaken wegens smaad en laster wanneer publicaties de overheid (of overheidsfunctionarissen) niet welgezind zijn. In ons dorp lopen er ook een paar lieden rond die suggereren dat mijn columns niet passen in een weekblad dat voor 50% door de lokale overheid wordt ‘gesponsord’. Wacht even, het Bergens Nieuwsblad is een volstrekt onafhankelijke organisatie die de persvrijheid respecteert en daarnaast de lokale overheid de ruimte biedt om haar eigen doen en laten te communiceren. Niets meer en niet minder.

Het wordt wel zeer zorgelijk als een zittende volksvertegenwoordiger en een ex-PVDA-raadslid in dit dorp schrijven dat het Bergens Nieuwsblad definitief afscheid van mij moet nemen of minimaal de mond moet snoeren. Dat mogen ze vinden, dat mag iemand ook schrijven en dat mag iemand hardop in de kroeg schreeuwen. Of dat smadelijk, lasterlijk of discriminerend is? Het zal mij werkelijk jeuken, maar ZWIJGEN doe ik pas in het graf.

05-07-2017|

Obstrueren en traineren … tot De Hoge Raad

De crisis is voorbij. De Nederlandse economie is het eerste kwartaal met 3,4% gegroeid. We hebben er weer zin an. Zelfs op de laatste en duurste Bergense bouwkavels worden nu fraaie huizen bebouwd. De drie woontorens op Landgoed De Haaf worden deze zomer opgeleverd. Een Schagense ondernemer heeft een mooi plan voor het volledig vervallen hotel Monsmarem in Bergen aan Zee. Daarnaast zijn er in onze familiebadplaats ambitieuze plannen voor hotel Nassau Bergen en hotel Prins Maurits. In de dorpskern Bergen is een mooi plan ontwikkeld om het inmiddels gesloten Parkhotel te gaan verbouwen tot zeer luxe hotel. De betrokkenheid van deze laatste initiatiefnemer gaat met zijn liefde voor ons dorp zelfs zo ver dat hij de huidige buitenmuren van het voormalige pensioen Erica wil laten staan en gedeeltelijk herplaatsen.

Maar terwijl het spel nog niet eens formeel op de wagen is bij al deze ontwikkelingen in Bergen en Bergen aan Zee hebben de NIMBY’s (not in my backyard) en NIVEA’s (niet in voor- en achtertuin) zich al verenigd en volledig ingevreten in bezwaarprocedures. Halen ze hun gelijk niet bij de gemeente dan wenden zij zich tot individuele raadsleden, zoals Frits David Zeiler van Gemeentebelangen, of men trekt aan de bel bij de naar zijn vader vernoemde Stichting Mr. Frits Zeiler, voorheen Vereniging Mooi Bergen. Formeel is er tussen de beide Zeilers, behalve de familieband, geen enkele relatie te ontdekken. Dat is slim, of liever gezegd heel sluw. Want het kan natuurlijk niet zo zijn dat je enerzijds als Bergens raadslid de democratische besluitvorming onderschrijft en anderzijds bij een politiek niet welgevallig besluit je de ik-ben-tegen-kaboutermuts van de eerder genoemde stichting op je hoofd zet.

Ik beweer hier niet dat de Stichting Mr. Frits Zeiler geen goed werk doet in ons dorp. In tegendeel, maar ik stel wel vast dat als raadslid Frits David Zeiler ergens kritisch over schrijft of mordicus tegen is, zijn goede vrinden van de naar zijn vader vernoemde stichting het zeer vaak meer dan roerend met hem eens zijn. In bijna al die gevallen gaat de Stichting Mr. Frits Zeiler er dan met gestrekt been in en obstrueren en traineren ze de procedures tot aan De Hoge Raad. En als er dan een zitting is van De Hoge Raad, dan zie je daar ook vaak ons raadslid Frits David Zeiler. Dat kan, Frits David Zeiler is een betrokken historicus en bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van het cultuurlandschap, nederzettingengeschiedenis en waterstaatsgeschiedenis. Daarnaast heeft hij veel ervaring in de erfgoedsector, waaronder musea, archieven, archeologie en monumenten. Frits David is dus heel druk met het verleden, leeft daarvan en gaat daar volledig in op. Dat is prima, want ons verleden is ook bepalend voor het heden. In zijn rol als historicus laat hij zich dan ook vaak uitnodigen om bij De Hoge Raad gevraagd en ongevraagd zijn visie te geven. De gang naar De Hoge Raad is voor de Stichting Mr. Frits Zeiler echter geen middel meer maar een DOEL op zich geworden. Daarmee diskwalificeert de entiteit zichzelf en is het net als die groep chronische dwarsliggers in ons dorp een vervelende querulantenclub aan het worden. Het kost handen vol geld, frustreert ondernemers en laat nota bene daardoor haar eigen Bergense inwoners jarenlang tegen vervallen panden of bouwpercelen aankijken.

Misschien moet Frits David Zeiler zich als historicus eens gaan verdiepen in het fenomeen De Vijfde Colonne. Wellicht zijn er parallellen vanuit het Bergense verleden naar de actualiteit te trekken.

16-06-2017|

Funeral crashing

Wie het langst leeft, heeft de meeste uitvaarten. Althans, als je zin hebt om al die bekende, minder bekende en volstrekt onbekende mensen uit je Bergense omgeving de laatste eer te gaan bewijzen. En dan moet je jezelf ook nog eens afvragen of de manier waarop je dat dan doet wel zo eervol is. Ik ben zelf wel een beetje een funeral crasher. Ik zoek ze bewust op en zet ze dan met potlood in mijn agenda. Of dat vreemd is laat ik maar even in het midden. Je zou het ook fetisj voor begrafenissen kunnen noemen.

Huilie Huilie

Voor mij is het een vorm van tijdverdrijf voor de momenten als ik tussen een paar afspraken door wat ruimte heb. Dan schuif ik graag aan bij het laatste gedeelte van een uitvaart. Het huilie huilie en de kist mis ik nog weleens, maar de koffie en cake weet ik altijd wel mee te pakken. Of rond lunchtijd; de broodjes en het romige soepje. De catering bij uitvaarten is in z’n algemeenheid meer dan goed te noemen. Zeker in Schagerkogge en Crematorium Driehuis Westerveld zijn de funeral afterparty’s tegenwoordig voorzien van culinaire hapjes, Amsterdamse bitterballen en frisse, mousserende wijnen. Belangrijk is wel dat je wat stakeholders op zo’n uitvaart kent.

Meestal ben ik in pak (power dress), dus vertegenwoordig ik vaak een bedrijf of instelling waar de overledene heeft gewerkt of een tijdje verpleegd of verzorgd is. Dat loopt altijd wel los. Eén keer was ik echt overdressed en toen kwam ook nog de wat morsige discount-begrafenisondernemer, de man rook onfris uit zijn mond, naar mij toe met de mededeling dat het een zéér besloten uitvaart was. Ik fluisterde de man in zijn oor dat ik hem complimenteerde met zijn accurate optreden en stelde mij voor als lid van de raad van bestuur van Yarden. Dat leverde mij direct wat luxere broodjes van de familietafel op en kreeg ik een cappuccino in plaats van de overigens redelijke kannenkoffie.

Cash Carry & Coffin

Toch verbaas ik mij vaak over de wijze hoe uitvaarten worden opgetuigd. Werkelijk waar, het is soms tenenkrommend. Is dit nu de wens van de overledene, de familie of is het de uitvaartverzorger die z’n low budget funeral-pakket er doorheen heeft gedrukt. Cash Carry & Coffin voor minder dan 1500 euries. Rabbige geluidsinstallatie, verkeerde sprekers aankondigen of dat obligate applaus voor de man of vrouw, die hardhorend in die kist ligt te wezen. Maar het ergste zijn die kraaien die op zo’n overspannen melodramatische wijze de gasten gaan bedanken en tenslotte zeggen dat de familie eerst in kleine kring een consumptie gaat nuttigen…

Nee, mijn uitvaart incluis crematie wordt een joint venture van Charon en Tim Duin. Creativiteit en West-Friese nuchterheid in één funeral crash. En graag hard voor ze klappen.

05-06-2017|

Vrolijke Paasgedachten

Ik zit nog een beetje in de paassferen en dan is het lastig om een specifiek onderwerp voor mijn tweewekelijkse column te kiezen. Juist vanwege de pauselijke zegen Urbi et Orbi wil ik ook niet direct de kachel aanmaken met de lokale autoriteiten of twijfelachtige randfiguren kapittelen. Dus iets luchtigs of frivools ligt deze keer wat meer voor de hand. Dit jaar mocht ik op paaszaterdag verjaren en heb dat met een klein en leuk gezelschap gevierd in The Bourbon Room aan de Jan Oldenburglaan in Bergen. Overdag kreeg ik via mijn Facebook-vrienden, Twitter-genoten, LinkedIn-relaties en diverse groepsapps zo’n 200 felicitaties te verwerken. Helemaal leuk. Over The Bourbon Room gesproken en geschreven; deze eetgelegenheid kan ik jullie echt van harte aanbevelen. Prachtige gerechten, TOP-wijnen van De Gouden Ton en uitstekende bediening. Oké, tot hier en niet verder, want anders wordt het daar door mijn warme aanbevelingen veel te druk. Laten we het vooral exclusief en Bergens houden. 
Mijn geboortedatum is dus 15 april en ik vond het altijd leuk om twee oude schoolvriendjes vijf dagen later te confronteren met hun geboortedag, namelijk 20 april. Op deze dag is in 1889 de beruchte Duitse dictator Adolf Hitler geboren. Ik kon altijd vol trots zeggen, voor wat het waard was, dat ik van dezelfde datum was als Leonardo da Vinci (1452). Maar afgelopen zaterdag werd ik pijnlijk getroffen door de mededeling dat de founding father van Noord Korea, Kim Il-sung ook van de 15e april is. Deze zogenaamde Eeuwige President van de Democratische Volksrepubliek Korea zag in 1912 het levenslicht en heeft de basis gelegd voor het huidige dictatoriale schrikbewind. Zijn kleinzoon, de 34 jarige Kim Jong-Un, mag nu als De Briljante Kameraad en De Geweldige Leider de constitutionele Noord-Koreaanse terreurorganisatie aanvoeren. En die 15e april van zijn opa is behoorlijk gevierd daar bij die Koreaanse engerdjes. Compleet met militaire parades, propagandistische volksliederen, raketlanceringen, gezwollen oorlogsretoriek en het dreigen met kernproeven. Nee, mijn geboortedag is sinds afgelopen zaterdag niet echt meer een dag om anderen fijntjes attenderen op hun twijfelachtige datumgenoten. Eerste Paasdag met de familie gezeten én gegeten in grand café Maz in Bergen aan Zee en op Tweede Paasdag samen met mijn eega 12 kilometer gewandeld door het PWN-gebied. Wat mij wel verbaast is dat je in dat beschermde natuurgebied alleen met een kort-aangelijnde-hond mag wandelen, maar dat mountainbikers daar ongestoord en luidruchtig buiten de paden kunnen rijden zonder dat je er een koddebeier tegenkomt die de fietsende lawaaischoppers aanspreekt op hun ergerlijke gedrag. Bij thuiskomst uit onze duinen en bossen nog even de Flessenpost van Bergen over mijn netvlies laten rollen en vastgesteld dat de Eeuwigelaan weer het slachtoffer dreigt te worden van ambities en de vooruitgang. Vanwege de vrolijke paasgedachten daar wel wat van vinden maar nog even niet over beginnen. Voorlopig, de komende jaren dus, gaat daar waarschijnlijk eerst de Raad van State wat van vinden en liggen de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 al weer ver achter ons.
19-05-2017|

4 & 5 Mei ….

Ik ben van ná de oorlog. Althans, van ná de Tweede Wereldoorlog. De laatste oorlog die ons land letterlijk aan den lijve heeft moeten ervaren. De oorlog die ik vooral ken van de stoere verhalen en mijn geschiedenislessen. Verhalen van mijn vader die in Tilburg is opgegroeid en al in oktober 1944 werd bevrijd door de geallieerde troepen en de Nederlandse Prinses Irene Brigade. Een bekend en ook berucht legeronderdeel dat voortkwam uit Nederlandse troepen die in mei 1940 naar Engeland konden ontkomen en verder bestond uit Engelandvaarders en Nederlanders uit het buitenland die bij de brigade hun dienstplicht vervulden of zich vrijwillig bij de brigade meldden. Later zijn de mannen van de PIB ook betrokken geweest bij de bevrijding van Den Haag. Mijn geboortestad, de plek waar mijn oma haar herinneringen over de oorlog en de hongerwinter van 1945 met mij deelde tijdens de lange wandelingen door de Scheveningse duinen en langs de bunkers die deel uitmaakten van de Atlantikwall. Voor mij had de Tweede Oorlog toen nog iets romantisch. Ervaringen van mijn vader over het moedige én ook onverantwoorde gedrag van mijn opa in Tilburg, als vader van een jong gezin, om Joodse onderduikers te verstoppen. Het jatten van Duitse kolen op het rangeerterrein van de spoorwegen en een politiecommandant, die lid was van de NSB, en te vaak kwam koffiedrinken bij mijn oma om meer te weten te kunnen komen over het Tilburgse Verzet. Uiteindelijk moest mijn grootvader wel zelf onderduiken bij zijn zusters in Amsterdam, maar bleef het gezin én de Joodse onderduikers een dramatisch einde van de oorlog bespaard. 
Mijn gekleurde oorlogsbeeld van 1940 -1945 paste feitelijk helemaal in de film over de Soldaat van Oranje (1977) van Paul Verhoeven. De film die is gebaseerd op het autobiografische boek Het hol van de Ratelslang van verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema. Het verhaal van een groep studenten die een onbezorgd leventje in Leiden hebben tot de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Allemaal doen ze hun best om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen. De meesten gaan uiteindelijk, met wisselend succes, in het studentenverzet en werken zelfs nauw samen met Koningin Wilhelmina. Het was een soort avontuur en zou zomaar in ons eigen Bergen hebben kunnen plaatshebben.
Tot begin jaren 80, ik speelde als jonge twintiger voetbal in BSC Euratom, het Europese bedrijfsvoetbalteam van mijn vader, en ik mocht mee naar een meerdaags internationaal voetbaltoernooi in München. Naast het voetballen stond er ook een ‘cultureel onderdeel’ op het programma. Vader Chris vond het belangrijk dat mijn en ook zijn kennis over de vaderlandse geschiedenis werd aangevuld met een bezoek aan het kamp Dachau. Het eerste grootschalig opgezette concentratiekamp van de SS in nazi-Duitsland. Het lag ten oosten van Dachau, ongeveer 20 km ten noordwesten van de stad München, de voormalige hoofdstad van de nazibeweging. Dachau was weliswaar als zodanig geen vernietigingskamp, maar wel werden in Dachau meer politieke gevangenen vermoord dan in welk ander kamp ook. 
Mijn bezoek aan het Dachau Herinneringscentrum, op het beruchte terrein, werd een volledige ommekeer in mijn beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog. Weg romantiek, weg Soldaat van Oranje-gevoel en weg geromantiseerde en goed bedoelde heldenverhalen van mij ouders en grootouders. In Dachau werd mij voor eens en altijd volstrekt duidelijk hoe belangrijk het is dat wij op 4 mei allen herdenken die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. En op 5 mei…? JA, dan vieren wij uitbundig onze VRIJHEID. Onze VRIJHEID van godsdienst, onze VRIJHEID van meningsuiting, onze VRIJHEID van de pers en onze VRIJHEID van vereniging en vergadering. Laat niemand, maar dan ook niemand die VRIJHEID ooit nog een keer van ons afnemen.
18-05-2017|

Chateau de Buros

Laat ik deze keer eens beginnen met een behoorlijke afzeiker. Een inpisser van de bovenste plank. Het cliché der clichés. Het meest trieste tegelwijsheidje dat ooit is bedacht. Nog erger dan: Van het concert des levens ….of het foute klokje dat ergens thuis tikt. Tada taratada, daar komt ie: “Leven als een God in Frankrijk bestaat echt”. Deze megatruttentekst stond in het gastenboek van ons vakantieverblijf Chateau de Buros, ergens, in de middle of nowhere, tussen Bordeaux en Toulouse. Het oer-Hollandse echtpaar Marijn en Angelique ‘Le Blanc’ is sinds 1998 eigenaar van dit kapitale optrekje, wat veel weg heeft van een soort Buckingham Palace, maar dan kleiner, en had ons uitgenodigd om het niveau van hun clientèle door onze aanwezigheid wat bovengemiddeld op te leuken. Het is toch ‘supervet’ om een nog actief schrijvende en ‘s lands bekende queruloog zeven dagen op je terras of aan de ontbijttafel te hebben?
Een van die clientèle had dus de euvele moed gehad om in een moment van absolute geestelijke zonsverduistering de eerder genoemde tekst in het van fraai lederen omslag voorziene gastenboek te kliederen. De kween, want dit soort lui zijn geslachtsloos, had er ook nog een naam onder gezet en plaats waar hét vandaan komt. Schrik, maar verbaas u niet. Roden in Drenthe, meer verklap ik niet want anders wordt hét binnen de kortste keren met pek en veren overgoten en het dorp Roden uitgejaagd.

Nee, geloof mij, God heeft weinig te maken met Frankrijk. Dit land met redelijke arrogante en zelfvoldane foie-gras-snaaiers wordt in mijn ogen vooral bewoond door orthodoxe atheïsten. Ergo, als God zou bestaan had hij de Inola Gay niet naar Japan maar naar Ile de France gedirigeerd. Maar misschien ga ik nu wat erg kort door de bocht?

Toegegeven, tot een aantal jaren geleden moest ik niet zoveel van de Fransen hebben en citeerde ik te pas en te onpas de weinig genuanceerde tekst van Annemarie Jorritsma:’’ dat Frankrijk een mooi land was maar er beter geen Fransen zouden moeten wonen’’. Na dat geneuzel met die atoomproeven heb ik zelfs een tijdje, en zeer consequent hoor, alleen maar rode wijn uit Spanje laten aanrukken. Maar ja, Frankrijk is best een aardig land waar je in de winter goed kunt sporten en in de zomer heerlijk kunt downshiften, want mijn hemel, wat zitten we in ons kleine kikkerland toch dicht op elkaar en hebben we inmiddels álles tot aan onze REM-slaap aan toe tot in de perfectie geregeld.

GABBARET

Dus op naar Chateau de Buros in Gabbaret, een plek ‘met zonder veel‘ Franse opportunisten maar juist met veel eigenschappen die Frankrijk dan heel prettig maken. Een goede zakelijke Hollandse benadering. Afspraak is afspraak en je krijgt wat je is beloofd. Niet morgen of overmorgen als het vandaag is toegezegd. Zeer hartelijk en gastvrij. De hele dag en maar liefst zeven dagen lang. Het ontbijt is natuurlijk Frans, maar niet alleen café au lait en confiture. Ook wat hartige lekkernijen zoals fromage en charcuterie sieren de ochtend-dis. De lunches zijn eenvoudig maar zeer smaakvol en bestaan hoofdzakelijk uit regionale gerechten. De diners of liever gezegd, de avondmenu’s, zijn een waar feest om mee te maken. Als monsieur Michelin hiervoor in de nabije toekomst geen sterren uitdeelt kan hij zich wat mij betreft alleen nog maar beperken tot de verkoop van opgesneden autobanden.

Gabbaret vlak bij Condom; ga er eens heen. Je kunt er ook zwemmen, potje tennissen, uitgebreid golfen en Armagnac proeven …. én doorslikken. Nee, God woont echt niet in Frankrijk, maar gelukkig wonen Angelique en Marijn de Wit er wel.

06-01-2017|